Gedragscode NJBB

Inleiding:

Voor u ligt de gedragscode van de Nederlandse Jeu de Boules Bond gebaseerd op publicaties van NOC*NSF.

Deze gedragscode kan een bijdrage leveren tot de positieve uitstraling, die onze sport heeft.

Deze gedragscode is bedoeld als “geheugensteun”voor alle geledingen binnen de NJBB.

 

Gedragscode voor de sport

Een aantal afspraken binnen de gedragscode gelden voor iedereen, zij dekken de gehele lading. Er zijn echter

specifieke zaken die zich voor kunnen doen binnen de NJBB waardoor er noodzaak is om afspraken toe te

voegen. De basis voor de gedragscode binnen de sport is:

1. Respecteer de regels van je sport;

2. Respecteer de mede- en tegenstander binnen je sport;

3. Behandel alle deelnemers in je sport gelijkwaardig;

4. Pesten is verboden;

5. Gebruik geen (fysiek-, mentaal- en verbaal) geweld bij sport;

6. Zorg met respect voor accommodatie en materialen;

7. Pak geen dingen van een ander zonder te vragen, anders is het stelen;

8. Samen staan voor een faire sport.

 

Richtlijnen voor afspraken binnen een gedragscode

Sommige afspraken gelden in meer of mindere mate voor bepaalde doelgroepen. Voor ouders gelden

bijvoorbeeld andere richtlijnen dan voor de jeugdleden zelf. Hierdoor krijgt elke groep eigen

verantwoordelijkheden en daar kunnen ze ook op worden aangesproken. Onderstaand volgen een aantal

richtlijnen voor de doelgroepen binnen de NJBB.

 

Specifieke richtlijnen voor:

Sporters

1. Probeer te winnen met respect voor jezelf, je teamgenoten en je tegenstanders;

2. Speel volgens de bekende of afgesproken afwijkende wedstrijdregels;

3. Vind eerlijk en prettig spelen belangrijk en presteer zo goed mogelijk;

4. Aanvaard de beslissingen van scheidsrechters en wedstrijdleiders;

5. Beďnvloed de scheidsrechter of wedstrijdleider niet door onbehoorlijke taal of agressieve gebaren en

woorden;

6. Wees blij met een overwinning maar laat je niet ontmoedigen door een nederlaag;

7. Wens de tegenstander geluk met het behaalde succes als je zelf de verliezer bent;

8. Onsportiviteit van de tegenstander is nooit een reden om zelf onsportief te zijn of de club aan te

moedigen ook onsportief te spelen of op te treden;

9. Wijs je medespelers gerust op onsportief of onplezierig gedrag;

10. Heb de moed om je eigen fouten of tekortkomingen met anderen te bespreken, bijvoorbeeld met je

trainer, je coach, je teamgenoten of je ouders;

11. Respecteer het werk van al die mensen die ervoor zorgen dat in je sport mogelijkheden bestaan te

trainen en wedstrijden te spelen. Dit is namelijk niet zo vanzelfsprekend;

12. Laat accommodaties netjes achter. Ruim je spullen op.

 

Trainers/Coaches

1. Houd rekening met de tijd, de energie en het enthousiasme van (jeugdige) spelers. Bedenk dat

jongeren ook andere interesses hebben;

2. Leer uw spelers dat de spelregels afspraken zijn waar niemand zich aan mag onttrekken;

3. Deel daar waar mogelijk is de jeugdspelers in volgens leeftijd, vaardigheid en fysieke gesteldheid;

4. Bedenk dat jeugd voor hun plezier spelen en iets willen leren. Winnen is slechts een onderdeel van het

spel. Verliezen trouwens ook;

5. Schreeuw niet en maak de spelers nooit belachelijk als zij fouten maken of een wedstrijd verliezen;

6. Zorg ervoor dat het materiaal voldoet aan de veiligheidseisen en geschikt is voor de leeftijd en de

vaardigheid van de deelnemers;

7. Bij het indelen en het bepalen van de duur van de trainingstijden dient men rekening te houden met de

mate waarin de jeugdspelers volwassen zijn;

8. Ontwikkel teamrespect voor de vaardigheid van de tegenstander en voor de beslissingen van de

scheidsrechter, wedstrijdleider en voor de trainer/coach van de tegenstander;

9. Volg het advies op van een arts bij het bepalen of een geblesseerde speler wel of niet kan spelen;

10. Spelers hebben een trainer/coach nodig die zij respecteren. Wees gul met lof wanneer het verdiend is;

11. Blijf op de hoogte van de beginselen van goede training en van groei en ontwikkeling van jeugd;

12. Leer sporters aan met zorg om te gaan met materiaal en accommodatie en geen dingen ongevraagd te

lenen.

 

Bestuurders/commissieleden en andere functionarissen

1. Zorg voor gelijke mogelijkheden voor deelname in onze sport voor iedereen ongeacht hun vaardigheid,

geslacht, leeftijd of handicap;

2. Betrek de sporters zoveel mogelijk in planning, leiding en de evaluatie van alle activiteiten;

3. Sta niet toe dat welk sportprogramma dan ook primair voor de toeschouwers wordt gemaakt;

4. Materiaal en voorzieningen moeten voldoen aan de veiligheidseisen en geschikt zijn voor gebruik in de

sport en geeft aan dat hier met zorg mee omgegaan moet worden;

5. Bij de wedstrijdbepalingen en de duur van de wedstrijden dient rekening te zijn gehouden met de

leeftijdscategorie;

6. Denk eraan dat het spel gespeeld wordt om het spel en de oefening wordt gedaan om de beheersing

van de beweging. Zorg ervoor dat de beloning niet als het belangrijkst wordt gezien. Wčl als u gul bent

met lof voor inzet en prestatie;

7. Distribueer een gedragscode m.b.t. sportiviteit onder de toeschouwers, trainers, spelers, officials,

ouders en nieuwsmedia;

8. Zorg ervoor dat uw optreden en gedrag andere bestuursleden, officials, spelers en toeschouwers niet

beschadigd of “te kijk zet”;

9. Onthoud u van commentaar op collega-officials, spelers en publiek;

10. Zorg ervoor dat ouders, trainers/coaches, sponsors, artsen en deelnemers zich bewust zijn van hun

invloed en verantwoordelijkheid m.b.t. fair play in sport en spel;

11. Zorg ervoor dat er goed toezicht van gediplomeerde en ervaren trainers is, die in staat zijn sportiviteit

en goede technische vaardigheden te bevorderen;

12. Gebruik geen alcohol terwijl u in functie bent.

 

Scheidsrechters

1. Wees consequent en consistent in het toepassen van de regels;

2. Zorg ervoor dat het plezier in het spel niet verloren gaat door te veel ingrijpen;

3. Geen woorden maar daden. Zorg ervoor dat zowel in als buiten het speelveld uw gedrag sportief is;

4. Geef daar waar het verdiend is beide teams een compliment voor hun goede spel;

5. Wees beslist, objectief en beleefd bij het constateren van fouten;

6. Beoordeel opzettelijk, goed getimed “foul play” als onsportief, waardoor het respect voor eerlijk spel

handhaaft;

7. Onthoud u van commentaar op collega-officials, spelers en publiek;

 

Wedstrijdleiders

1. Wees consequent en consistent in het toepassen van de regels;

2. Wees duidelijk in uw toelichtingen naar de spelers en publiek;

3. Heb geduld met vragen van deelnemers en publiek;

4. Realiseer u dat u in functie promotie maakt voor de sport;

5. Geen woorden maar daden. Zorg ervoor dat zowel in als buiten het speelveld uw gedrag sportief is;

6. Onthoud u van commentaar op collega-officials, spelers en publiek;

7. Gebruik geen alcohol terwijl u in functie bent.

 

Ouders en verzorgers

1. Forceer een kind dat geen interesse toont nooit om deel te nemen aan een sport;

2. Bedenk dat kinderen sporten voor hun plezier en niet voor het uwe;

3. Moedig uw kind altijd aan om volgens de regels te spelen;

4. Leer uw kind dat eerlijke pogingen net zo belangrijk zijn als winnen, zodat het resultaat van elke

wedstrijd geaccepteerd wordt zonder onnodige teleurstelling;

5. Verander een nederlaag in een overwinning door uw kind te helpen te werken aan een grotere

vaardigheid en het worden van een goede sportman/vrouw. Maak het kind nooit belachelijk en geef het

geen uitbrander als het een fout heeft gemaakt of een wedstrijd heeft verloren.;

6. Bedenk dat kinderen het beste leren door na te doen, dus ook ongewenst gedrag!

7. Val een beslissing van een scheidsrechter, wedstrijdleider, trainer of coach niet in het openbaar af en

trek nooit de integriteit van dergelijke personen in twijfel;

8. Ondersteun alle pogingen om verbaal en fysiek misbruik tijdens sportactiviteiten door de jeugd te

voorkomen;

9. Erken de waarde en het belang van vrijwillige trainers. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten/de

recreatie van uw kind mogelijk te maken;

10. Attendeer uw kind op het met zorg gebruik maken van de accommodatie, deze netjes achter te laten

(spullen opruimen) en geen dingen ongevraagd te leden.

 

Toeschouwers

Denk eraan dat de jeugd voor haar eigen plezier deelneemt aan georganiseerde sport-beoefening.

De jeugd doet dit niet voor uw vermaak, noch zijn de sporters miniprofsporters;

1. Gedraag u op uw best. Vermijd het gebruik van grove taal en het beledigen of belagen van spelers,

trainers, scheidsrechters en officials;

2. Geef applaus bij goed spel van zowel uw eigen team als van het gastteam of andere deelnemers aan

een wedstrijd;

3. Toon respect voor tegenstanders/tegenspelers. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn;

4. Maak een speler/speelster nooit belachelijk en scheld het niet uit als het een fout maakt gedurende een

wedstrijd of demonstratie;

5. Veroordeel elk gebruik van geweld;

6. Respecteer de beslissingen van de scheidsrechter en wedstrijdleider

7. Moedig de spelers/speelsters altijd aan om zich aan de spel-/wedstrijdbepalingen te houden;

8. Zorg ervoor dat uw gedrag sportief is. Goed voorbeeld doet goed volgen;

9. Laat geen rommel achter!