Peije ( Freerk de Jong )(1879-1941)

 

Over Peije staat enige informatie op de volgende link,
 
<klik hier voor meer info>,  het is het lezen en bekijken waard.

Via ons clublid Aalzen Adema kreeg ik, Klaas Hoekstra, een boekwerk in handen
dat gaat over "De zusters en broers van Age van der Heide 1861 -1919",
samengesteld door Annie Bergstra-Kramer (2000).  Uit dit boek heb ik nog wat
extra informatie geplukt over Peije.

Peije is de oudste van 10 kinderen. Peijes pake en beppe beheerden in Ureterp de herberg" DE LAATSTE STUIVER".

Toen Peije 22 jaar was, begon hij te spelen op een harmonica, net als zijn pake. Aanvankelijk was hij
boerenknecht  o.a. bij Douwsma aan het Selmien te Ureterp.

Peije is de 3e echtgenoot van Ietje van der Heide (1866 -1946) Ietje was eerder getrouwd met Anne Stavius ( overl 1897) en Lippe van Slooten (overl 1908).

Op 29-03-1910 trouwen Peije en Ietje. Peije was eerder getrouwd geweest met Martzen Joekes Veenstra, ze woonden eerst bij haar ouders in, in de voormalige cichoreifabriek aan de Zuiderdwarsvaart.

Het echtpaar had twee kinderen: Sjoukje (1902) en Evert (1904). Peijes eerste huwelijk is
ontbonden op 23-05-1909.

Peije heeft zijn dochter Sjoukje nog een keer ontmoet, dat was in Drachten toen Sjoukje, 24 jaar oud,

wilde trouwen en haar vader daar toestemming voor moest geven.

 

Peije en Ietje woonden in een "VOORONDERBOKJE", een woonscheepje, het zal wel heel klein zijn geweest,

dat lag in de JAMMERWIJK bij de STIENPOLLE aan de Noorderdwarsvaart.

Peije zwierf bijna 40 jaar lang rond door zuid en oost Friesland, zichzelf begeleidend op het schippersklavier, een trekharmonica.

Peije was een curieuze figuur met schootjes en op klompen, gouden ringetjes in de oren, om zijn hals een zwart koord met gouden sluiting, waarop "de raap " van zijn pake - een 3 cm dik zakhorloge dat met een sleuteltje moest worden opgewonden - op zijn hoofd een hoge zwarte zijden pet en als sjerp om zijn schouders een jutezak waarin de "trekpiano" werd opgeborgen als het begon te regenen, want het instrument kon slecht tegen vocht.

Peije, vol van wat men noemt "snaakse zetten" zorgde gevoelig
 en blij van geest, in zorgelijke tijden van werkeloosheid, politieke en kerkelijke ruzies, voor een lach en een traan met zwierige liedjes en zalige smartlappen. We weten niet of hij zijn blijmoedigheid alleen maar ontleende aan het blij maken van anderen, niemand heeft ooit Peije in het gemoed gekeken.

Peije heeft ook gebruik gemaakt van de regeling "tijdelijk bedeelden " in de winter van 1929. Je kreeg voor je handtekening  zes harde guldens.

 

Na verloop van jaren werd Peije met volksdansen, walsen en vooral de  polka een verzekerd succes op dansavonden, bruiloften en partijen.

Peije had meer gevoel voor de situatie van z'n medemens, dan anderen voor de zijne.  Peije hield rekening met zorgen en verdriet van de mensen.

 

Peije en Ietje hebben jarenlang gewoond in een eenvoudige
woonwagen die geen wielen had aan de Slingeweg en in latere jaren bij de Pijpbrug aan de Zuiderhogeweg.

Gerrit Bijker, indertijd brugwachter van de Pijpbrug zag het volgende:

Peije haalde water uit de sloot. Waarom haalde hij dat niet bij mensen  uit de buurt?

Peijes antwoord daarop was dat hij dat wel geprobeerd had bij vier, maar die wilden hem geen water geven.

In het vervolg mocht hij vier melkbussen water bij Bijker halen.
Deze vond het treurig dat mensen (ook nog kerkelijk) Peije niet ter wille wilden zijn met het geven van water. Peije was een man met een goed hart.
 

Op een avond zo rond 21.00 uur, vlak voor de kerstdagen, kwam bakker van der Kuip terug van het broodventen  in Smalle Ee, stond Peije hem op te wachten. Hij vroeg of hij nog brood had overgehouden, wel dat had hij.
Peije kocht alles wat hij nog in de mand had en gaf opdracht dit te brengen naar een woonwagen aan de Zuiderdwarsvaart, waarvan hij wist dat de mensen die daarin woonden nauwelijks te eten hadden voor de feestdagen.